Nieuwe wetgeving voor jobstudenten in een notendop

Tijdens de examens proppen studenten hun hersenen vaak vol met kennis. Daarna volgt voor de meeste onder hen een lange vakantie met een eventuele studentenjob. Het studentencontingent is dit jaar aangepast. “Studenten kunnen meer werken dan vroeger, maar letten toch best op”, zegt Virginie Vandenbussche van Attentia. Hier volgen enkele aandachtspunten voor de studenten (en hun ouders).
TEKST: William Visterin

15 jaar

Je mag als student werken vanaf 15 jaar, als je de eerste graad volledig hebt gevolgd en aan je leerplicht hebt voldaan. Een maximumleeftijd is er overigens niet, alleen mag je als student niet onder een ander statuut vallen.

Voor werknemers jonger dan 18 jaar, zijn een aantal beschermende maatregelen voorzien, zoals niet langer dan 8 uur per dag en 40 uur per week werken. Ze mogen ook niet op zon- en feestdagen werken, noch overuren verrichten tenzij in een aantal welomschreven en onvoorziene gevallen.

Min-achttienjarigen hebben ook een principieel verbod tot nachtarbeid (tussen 20 en 6 uur), voor medewerkers ouder dan zestien kan dit versoepeld worden. Maar jeugdige werknemers mogen nooit tewerkgesteld worden tussen middernacht en vier uur.

475 uur

Sinds dit jaar worden de prestaties van de student in uren per kalenderjaar geteld. “Met deze regeling kun je als student meer werken dan bij de vroegere wetgeving, waarbij in dagen werd geteld”, aldus Virginie Vandenbussche, juriste bij HR- en Well-being-partner Attentia.

Bij het begin van ieder nieuw kalenderjaar wordt de teller op 475 resterende uren gezet. Elk werkelijk gepresteerd uur wordt hiervan afgetrokken. Uren voor de feestdagen, betaalde ziektedagen en andere betaalde uren die niet werkelijk werden gepresteerd, worden niet afgetrokken.

Wanneer je het maximum van 475 arbeidsuren overschrijdt, zul je sociale bijdragen moeten betalen. “De normale socialezekerheidsbijdragen zijn met andere woorden verschuldigd vanaf het 476ste gewerkte uur, ongeacht of de tewerkstelling bij een of meer werkgevers plaatsvindt”, stelt Vandenbussche. “Je kunt als student tegelijk onder twee stelsels vallen door voor twee werkgevers te werken. Je hoeft dus niet eerst je contingent van 475 uur op te maken.”
 

3.200 of 4.620 euro

De student blijft ten laste van zijn ouders als hij deel uitmaakt van het gezin op 1 januari van het aanslagjaar, geen loon ontvangt die beroepskosten zijn voor de ouders én tijdens het inkomstenjaar niet meer dan een bepaald bedrag aan netto-bestaansmiddelen heeft genoten.

De netto-bestaansmiddelen zijn het brutoloon verminderd met de solidariteitsbijdrage (of RSZ-bijdrage) en verminderd met de beroepskosten (werkelijke kosten of forfait van 20%). Voor een kind ten laste van gezamenlijk belaste ouders bedragen deze netto-bestaansmiddelen 3.200 euro en voor een kind ten laste van een alleenstaande 4.620 euro.

Betalingen als wettelijke kinderbijslagen, studiebeurzen en premies voor het voorhuwelijkssparen worden niet als netto-bestaansmiddelen aanzien. Ook onderhoudsuitkeringen toegekend aan kinderen ten belope van 3.200 euro of studentenbezoldigingen tot een bedrag van 2.660 euro per jaar horen hier niet bij. “Die zijn cumuleerbaar. Dat maakt dat je in praktijk als student uiteindelijk toch al 5.000 euro kunt verdienen”, aldus Vandenbussche. Dat is behoorlijk, maar als je als student bijvoorbeeld regelmatig in een chemiebedrijf in een ploegenstelsel gaat werken, loopt je verdienste snel op. Het blijft dus opletten.”

 

 

TEKST: William Visterin

“Deze website maakt gebruik van bestanden (zoals cookies) en andere technologieën. Door verder te surfen stemt u in met het gebruik hiervan."
Meer informatie

The cookie settings on this website are set to "allow cookies" to give you the best browsing experience possible. If you continue to use this website without changing your cookie settings or you click "Accept" below then you are consenting to this.

Close