Het einde van de dagschotel en vier andere trends

0
101

Evoluties in het bedrijfsrestaurant

Terwijl de ene steevast zijn boterhammetjes aan zijn bureau oppeuzelt, bezoekt de andere het bedrijfsrestaurant. En voor dat bedrijfsrestaurant zijn er ook trends: van een ruim vegetarisch aanbod tot het wegvallen van de openingsuren.
Tekst: William Visterin

“Toch zowat drie à vier keer per week”, antwoordt Bert Houben als we hem vragen hoe vaak hij het bedrijfsrestaurant bezoekt. Bert is expert in bouwkundige herstellingen bij Aquafin en een fervent gebruiker van de catering die zijn werkgever aanbiedt.

Al is flexibiliteit erg belangrijk. “Ik ben vaak de baan op en weet dus nooit of ik ‘in huis’ ben om te kunnen gaan eten in het bedrijfsrestaurant. Daarom kan ik ook nooit op voorhand bestellen. Ik zeg vaak om te lachen: ‘Als iedereen zoals ik te pas en te onpas komt binnenvallen in het restaurant, dan is er ‘s middags geen eten meer’!”

Opmerkelijk is dat Bert (zie onder op de foto) een trouwe vegetariër is. “Ik eet bijna nooit vlees of vis. Een keuze die ik bewust heb gemaakt om mijn ecologische voetafdruk kleiner te maken. Voor mij is het een principiële keuze, maar geen radicale. Een keer per jaar maak ik wel eens een uitzondering op een heel speciale gelegenheid, maar zomerse barbecues of kerstmenu’s zijn steevast veggie.”

Lees verder onder de foto
bert

Drie veggiemenu’s per dag

Het was eigenlijk ook via zijn werkgever dat hij vegetarisch is gaan eten. “Aquafin deed vorige jaren mee aan de nationale campagne ‘Dagen zonder vlees’. Ik had toen al langer een knagend gevoel bij het eten van vlees en stelde me al lang vragen over vleesproductie. Die actie trok me uiteindelijk over de streep”, vertelt hij. “Voordeel is dat ons bedrijfsrestaurant me in mijn overtuiging steunt. Wij krijgen dagelijks een keuze uit drie vegetarische menu’s. Al zie ik ook bij andere menu’s dat groenten en gezonde voeding belangrijker worden.”

Bij de meer dan duizend werknemers van Aquafin zijn er nog vegetariërs. “We zijn een minderheid, maar worden wel goed verzorgd. Vegetarische maaltijden maken deel uit van het aanbod. En daar wordt niet op neergekeken, integendeel. Bovendien laten evengoed niet-vegetariërs zich vaak verleiden tot een lunch zonder vlees. Ook op evenementen die Aquafin organiseert, is er standaard een vegetarisch aanbod. Ik vind dat dat past bij een organisatie die toch ook ecologisch gedreven is.”
 
Zelfgemaakte wraps

Ook al beseft Bert het misschien niet meteen, hij bevestigt een aantal trends die vandaag opduiken. Het bedrijfsrestaurant, met het klassieke weekmenu en de lange rijen die ‘s middags komen aanschuiven, is aan het veranderen. De klanten hebben andere verwachtingen, zeker de jongere generatie van zogenaamde millennials. “Duurzaamheid, gezondheid, ervaring en originaliteit staan bij de nieuwe lichting werknemers centraal in zowat alles wat ze doen. Dus ook bij hun lunch op het werk”, zegt trendwatcher Willem De Cock van ISS België, overigens ook de leverancier van het restaurant bij Aquafin. “Denk maar aan wat ze ‘s middags meebrengen. Vroeger had iedereen de boterhammendoos met dezelfde saaie boterhammen. Vandaag zie je meer en meer mensen met zelfgemaakte wraps, of een huisbereide warme maaltijd. Dus verwachten ze zeker meer van het bedrijfsrestaurant .”

 

5 trends in het bedrijfsrestaurant

1.            Weg met de dagschotel

Steeds meer mensen hebben allerlei allergieën en het aantal vegetariërs blijft toenemen. Of ze hebben het gewoon druk, en willen dat het aanbod daarop inspeelt. Het moet vaak ook gewoon een snelle snack zijn die achter de computer of in de wagen opgegeten kan worden. Eten volgens de behoefte van het moment, is het uitgangspunt. “Voor het concept van de vaste dagschotel is nog weinig toekomst weggelegd”, oppert Willem De Cock van ISS België.

2.            Eten, altijd en overal

De jonge generatie van de millennials is opgegroeid met het idee dat alles kan, en op elk moment, zegt Willem De Cock: “Ze willen ook kunnen eten buiten de ‘normale’ openingsuren. Daarom is een evolutie van een naar vier of zelfs vijf ‘etenstijden’ niet tegen te houden: ontbijt, voor de lunch, de lunch, na de lunch en voor het vertrek naar huis”, meent hij.

3.            Minder voorspelbaar en eenvoudig

De meesten hebben in de voormiddag vaak geen flauw idee waar en wat ze ‘s middags willen eten. “Die keuze wordt bepaald door hun humeur, wat de collega’s doen, wat voor lekkers ze op de kaart zien … ‘Less habits, more moods’”, stelt hij. In tijden van smartphones en apps is het normaal om snel even te checken wat er vandaag te eten is of om eventueel een plaatsje te reserveren. “Lunchen mag niet complex zijn. Een eenvoudige prijszetting en betalen met de kaart of een app is een evidentie.”

4.            ‘Dode tijd’ is verloren tijd

Iedereen is druk bezig en wil zo weinig mogelijk tijd verspillen. Dus proberen we te vermijden om tijd te verliezen, bijvoorbeeld door binnen te springen op rustige uren of op voorhand te bestellen.

5.            Eten met een geweten

De consument wil een gerust geweten: het moet bio of caloriearm zijn. Of met zo weinig mogelijk tussenschakels op het bord belanden. “Een cateraar moet ervoor zorgen dat wat ik eet, goed is voor mijn lichaam. En niemand mag te lijden hebben onder wat ik eet, dus ook geen dieren.”

 

Tekst: William Visterin