Topsporters vind je overal

0
300

Dirk wandelt 100 kilometer

Topsport combineren met je werk. Hoe gaat dat? We vroegen het aan enkele toppers, elk in hun tak van sport. Ook aan Dirk die traint voor de dodentocht.

Tekst: William Visterin

100 kilometer wandelen in 10 tot 24 uur tijd. Dat is kort uitgelegd het concept van de Dodentocht, die op 10 augustus om 21 uur begint in Bornem. Dirk Broodcooren, directeur sales en marketing bij HR- en well-being-bedrijf Attentia, doet voor de eerste keer mee. Sinds januari is hij al aan het trainen. “Concreet betekent dit dat ik elke week minstens een keer 50 kilometer aan een stuk wandel. Meestal stap ik op vrijdag van mijn werk naar huis: van Gent naar Geraardsbergen. Ik stop met werken rond 17 uur en kom na middernacht thuis aan. Een goede oefening”, stelt hij.

Hoofd leeg

Bovendien maak je tijdens het wandelen ook je hoofd leeg, benadrukt Dirk. “Regelmatig denk ik na over werkgerelateerde zaken. Onderweg vind ik vaak nieuwe invalshoeken en bedenk ik oplossingen.” Over werk gesproken: binnen Attentia is Dirk niet de enige deelnemer. “Er zijn in totaal een negental collega’s die deelnemen. We spreken zeker af op de wedstrijd zelf, maar samen blijven stappen zal moeilijk zijn. Iedereen wandelt best op eigen tempo”, stelt hij. Het is een flinke uitdaging voor de intussen 55-jarige Dirk. “Ik kan niet zeggen dat die leeftijd mij parten speelt en ook fysiek lukt het perfect. Last van voetwonden heb ik bijvoorbeeld niet, mede omdat ik geschikte kousen en schoenen draag.”

Eerder fietste hij al een Alpentocht en beklom hij de Mont Ventoux. Toch is deze uitdaging pittiger, oordeelt hij. “Vooral door de tijd die het vergt. Als je weet dat je gemiddeld 6 kilometer per uur stapt, dan ben je minstens 16 à 17 uur zoet. Ook mentaal is het best zwaar. Je zit bijvoorbeeld geen 20 uur aan een stuk op de fiets. Ik weet nu al dat ik puur op karakter zal moeten doorgaan. Vooral tussen kilometer 50 en 75 wordt het psychologisch het moeilijkst. Ongetwijfeld zal ik onderweg denken: waar ben ik aan begonnen (lacht).”

dirk
 

Tekst: William Visterin